Dagelijks leven

Home / Dagelijks leven    |    Terug

De Eerste Wereldoorlog heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven van gewone mensen in de provincie Utrecht.

Tekorten
Als in augustus 1914 de oorlog uitbreekt, beginnen veel mensen te hamsteren. Daardoor dreigen voedseltekorten en stijgen de prijzen. Om dit tegen te gaan wordt de Levensmiddelenwet ingevoerd. Gemeenten mogen bepaalde producten zelf inkopen en tegen lage prijzen verkopen. Burgemeesters mogen ook producten in beslag laten nemen en maximumprijzen instellen. Vooral armere burgers kunnen moeilijk aan voedsel komen en lijden honger. Veel Nederlandse gezinnen hebben ook minder inkomsten dan voorheen. Door de mobilisatie zitten veel mannen in het leger. Hun soldij is lager dan hun vroegere inkomsten.

Eerlijk delen
In 1916 komt er een distributiesysteem: sommige producten kun je alleen nog maar ‘op de bon’ kopen. Het aantal bonnen dat je per week mag besteden is beperkt. Die lever je in als je iets koopt. Zo wordt voorkomen dat sommige mensen heel veel van iets kopen en er niets overblijft voor anderen. Steeds meer producten kwamen zo op de bon.

Neutraliteit en handel
Nederland blijft neutraal in de oorlog. Handel drijven met het buitenland is daardoor moeilijk. Bovendien kondigt Duitsland in 1917 een onbeperkte duikbotenoorlog af. Daardoor lopen ook Nederlandse handels- en vissersschepen gevaar. De Amerikanen nemen een deel van onze handelsvloot in beslag. Nederland kan dus geen producten meer invoeren. Hierdoor wordt de schaarste steeds groter.

Eenheidsworst en gemeentevis
Vanwege het tekort aan vlees wordt de ‘eenheidsworst’ ingevoerd. Deze worst wordt volgens strenge regels gemaakt. Iedereen heeft recht op 100 gram per week. De gemeente Utrecht probeert mensen te stimuleren om meer vis eten. Vis is goedkoper en makkelijker te krijgen dan vlees. De gemeente gaat zelf vis verkopen in houten viskramen. De gewone vishandelaren zijn niet bij met deze concurrentie. In 1918 gaat ook de vis op rantsoen. Huisvrouwen krijgen tips om zo zuinig mogelijk te koken en zo min mogelijk brandstof te gebruiken. In Utrecht wordt in 1917 een Centrale Keuken geopend, waar je gezonde warme maaltijden kunt kopen. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog is de schaarste niet zomaar voorbij. De gemeente Utrecht blijft nog tot 1924 gemeentevis verkopen.

Extra’s

Geschiedenislokaal Utrecht WO I

Dagelijks leven

Omschrijving

De Eerste Wereldoorlog heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven van gewone mensen in de provincie Utrecht.

Tekorten
Als in augustus 1914 de oorlog uitbreekt, beginnen veel mensen te hamsteren. Daardoor dreigen voedseltekorten en stijgen de prijzen. Om dit tegen te gaan wordt de Levensmiddelenwet ingevoerd. Gemeenten mogen bepaalde producten zelf inkopen en tegen lage prijzen verkopen. Burgemeesters mogen ook producten in beslag laten nemen en maximumprijzen instellen. Vooral armere burgers kunnen moeilijk aan voedsel komen en lijden honger. Veel Nederlandse gezinnen hebben ook minder inkomsten dan voorheen. Door de mobilisatie zitten veel mannen in het leger. Hun soldij is lager dan hun vroegere inkomsten.

Eerlijk delen
In 1916 komt er een distributiesysteem: sommige producten kun je alleen nog maar ‘op de bon’ kopen. Het aantal bonnen dat je per week mag besteden is beperkt. Die lever je in als je iets koopt. Zo wordt voorkomen dat sommige mensen heel veel van iets kopen en er niets overblijft voor anderen. Steeds meer producten kwamen zo op de bon.

Neutraliteit en handel
Nederland blijft neutraal in de oorlog. Handel drijven met het buitenland is daardoor moeilijk. Bovendien kondigt Duitsland in 1917 een onbeperkte duikbotenoorlog af. Daardoor lopen ook Nederlandse handels- en vissersschepen gevaar. De Amerikanen nemen een deel van onze handelsvloot in beslag. Nederland kan dus geen producten meer invoeren. Hierdoor wordt de schaarste steeds groter.

Eenheidsworst en gemeentevis
Vanwege het tekort aan vlees wordt de ‘eenheidsworst’ ingevoerd. Deze worst wordt volgens strenge regels gemaakt. Iedereen heeft recht op 100 gram per week. De gemeente Utrecht probeert mensen te stimuleren om meer vis eten. Vis is goedkoper en makkelijker te krijgen dan vlees. De gemeente gaat zelf vis verkopen in houten viskramen. De gewone vishandelaren zijn niet bij met deze concurrentie. In 1918 gaat ook de vis op rantsoen. Huisvrouwen krijgen tips om zo zuinig mogelijk te koken en zo min mogelijk brandstof te gebruiken. In Utrecht wordt in 1917 een Centrale Keuken geopend, waar je gezonde warme maaltijden kunt kopen. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog is de schaarste niet zomaar voorbij. De gemeente Utrecht blijft nog tot 1924 gemeentevis verkopen.