Belgische vluchtelingen

Home / Belgische vluchtelingen    |    Terug

In het najaar van 1914 vluchten meer dan een miljoen Belgen naar Nederland uit angst voor het oorlogsgeweld.

Op de vlucht
Op 4 augustus 1914 is het Duitse leger België binnengevallen. Het verwoest steden en dorpen en doodt weerloze burgers. De vesting Antwerpen wordt belegerd en valt begin oktober in Duitse handen. Dan komt een grote vluchtelingenstroom op gang. Zodra het een paar maanden later weer veiliger is gaan veel vluchtelingen naar huis terug, maar 32.000 militairen en 100.000 burgers blijven vier jaar in Nederland.

Burgers
De Nederlandse regering bepaalt hoeveel burgers iedere Nederlandse gemeente op moet nemen. Gegoede Nederlanders richten Vluchtelingencomités op. Die vangen de Belgen op, geven hen te eten en onderdak in pakhuizen, gymnastieklokalen en andere grote gebouwen of  bij burgers thuis. Ze organiseren ook toneel- en muziekvoorstellingen. Voor burgervluchtelingen die in Nederland blijven worden in en rond Amersfoort speciale dorpen gebouwd: Elisabethdorp (1915), Albertsdorp (1916) en Nieuwdorp (1917). Hier wonen zo’n 5000 Belgen, vooral gezinnen van geïnterneerde soldaten. Barakken zijn er voor de armsten, huisjes voor de middenklasse. Er zijn ook scholen en vermaak zoals toneel- en muziekuitvoeringen.

Militairen
De gevluchte Belgische militairen worden geïnterneerd (opgesloten) Zo kunnen zij niet meer deelnemen aan de oorlog en blijft Nederland neutraal. In Amersfoort worden bijna 17.000 mannen geïnterneerd. Dit is ruim de helft van alle gevluchte Belgische militairen. Zij worden opgevangen in de leegstaande Juliana van Stolbergkazerne. Die staat leeg omdat het Nederlandse leger is gemobiliseerd. Maar zij is veel te klein voor zoveel militairen. Daarom wordt eind 1914 in Soesterberg Kamp Zeist gebouwd. Hier is plaats voor 12.000 Belgische soldaten. Dit is één van de grootste interneringskampen in Nederland.

Opstand
Ontevreden soldaten komen in december 1914 in opstand tegen de slechte omstandigheden in Kamp Zeist. Daarbij vallen acht doden en achttien gewonden. De Nederlandse regering versoepelt daarop de regels. Geïnterneerden mogen vanaf 1916 buiten het kamp werken, als het werk tenminste niet door een werkloze Nederlander gedaan kan worden. Binnen het kamp is scholing in de Werkscholen voor algemeen, taal- en technisch onderwijs. In hun vrije tijd maken de militairen onder andere kistjes, doosjes, fotolijstjes en sieraden.

Belgenmonument
Boven op de Amersfoortse Berg wordt in 1916 een herdenkingsmonument gebouwd door leerlingen van de Werkscholen in de interneringskampen. Het monument wordt gebouwd als dank voor de opvang van de vluchtelingen in Nederland. Het werk aan het monument is binnen zes maanden klaar. Pas in 1938 zou het officieel worden overgedragen. De relatie tussen Nederland en België raakt na de wapenstilstand in 1918 verstoord. Zo stuurt Nederland een rekening voor de opvang van de militairen, die België veel te hoog vindt. Er spelen ook andere kwesties. Pas twintig jaar later is er een officiële plechtigheid, waarbij koningin Wilhelmina en koning Leopold III van België samen een gedenkplaat onthullen.

  Onderdeel van thema's
Extra’s

Geschiedenislokaal Utrecht WO I

Belgische vluchtelingen

Omschrijving

In het najaar van 1914 vluchten meer dan een miljoen Belgen naar Nederland uit angst voor het oorlogsgeweld.

Op de vlucht
Op 4 augustus 1914 is het Duitse leger België binnengevallen. Het verwoest steden en dorpen en doodt weerloze burgers. De vesting Antwerpen wordt belegerd en valt begin oktober in Duitse handen. Dan komt een grote vluchtelingenstroom op gang. Zodra het een paar maanden later weer veiliger is gaan veel vluchtelingen naar huis terug, maar 32.000 militairen en 100.000 burgers blijven vier jaar in Nederland.

Burgers
De Nederlandse regering bepaalt hoeveel burgers iedere Nederlandse gemeente op moet nemen. Gegoede Nederlanders richten Vluchtelingencomités op. Die vangen de Belgen op, geven hen te eten en onderdak in pakhuizen, gymnastieklokalen en andere grote gebouwen of  bij burgers thuis. Ze organiseren ook toneel- en muziekvoorstellingen. Voor burgervluchtelingen die in Nederland blijven worden in en rond Amersfoort speciale dorpen gebouwd: Elisabethdorp (1915), Albertsdorp (1916) en Nieuwdorp (1917). Hier wonen zo’n 5000 Belgen, vooral gezinnen van geïnterneerde soldaten. Barakken zijn er voor de armsten, huisjes voor de middenklasse. Er zijn ook scholen en vermaak zoals toneel- en muziekuitvoeringen.

Militairen
De gevluchte Belgische militairen worden geïnterneerd (opgesloten) Zo kunnen zij niet meer deelnemen aan de oorlog en blijft Nederland neutraal. In Amersfoort worden bijna 17.000 mannen geïnterneerd. Dit is ruim de helft van alle gevluchte Belgische militairen. Zij worden opgevangen in de leegstaande Juliana van Stolbergkazerne. Die staat leeg omdat het Nederlandse leger is gemobiliseerd. Maar zij is veel te klein voor zoveel militairen. Daarom wordt eind 1914 in Soesterberg Kamp Zeist gebouwd. Hier is plaats voor 12.000 Belgische soldaten. Dit is één van de grootste interneringskampen in Nederland.

Opstand
Ontevreden soldaten komen in december 1914 in opstand tegen de slechte omstandigheden in Kamp Zeist. Daarbij vallen acht doden en achttien gewonden. De Nederlandse regering versoepelt daarop de regels. Geïnterneerden mogen vanaf 1916 buiten het kamp werken, als het werk tenminste niet door een werkloze Nederlander gedaan kan worden. Binnen het kamp is scholing in de Werkscholen voor algemeen, taal- en technisch onderwijs. In hun vrije tijd maken de militairen onder andere kistjes, doosjes, fotolijstjes en sieraden.

Belgenmonument
Boven op de Amersfoortse Berg wordt in 1916 een herdenkingsmonument gebouwd door leerlingen van de Werkscholen in de interneringskampen. Het monument wordt gebouwd als dank voor de opvang van de vluchtelingen in Nederland. Het werk aan het monument is binnen zes maanden klaar. Pas in 1938 zou het officieel worden overgedragen. De relatie tussen Nederland en België raakt na de wapenstilstand in 1918 verstoord. Zo stuurt Nederland een rekening voor de opvang van de militairen, die België veel te hoog vindt. Er spelen ook andere kwesties. Pas twintig jaar later is er een officiële plechtigheid, waarbij koningin Wilhelmina en koning Leopold III van België samen een gedenkplaat onthullen.